mardi 21 mars 2017

Krokodillentranen voor de slachtoffers


In deze dagen van herdenking zijn sommige tranen voor de slachtoffers van 22 maart van aard om alleen maar woede op te wekken. Bijna een jaar na de aanslagen in Brussel moeten de slachtoffers nogal altijd vechten om de financiële, administratieve en morele steun te krijgen die ze mogen verwachten. Een lange strijd voor de rechthebbenden die eindeloos geconfronteerd worden met nog maar weer formulieren en een onvoorstelbaar administratief gesol.
Toen de verjaardag van 22 maart begon te naderen zijn de regering en de verzekeringsmaatschappijen opeens in gang geschoten om in te gaan op de eisen van de slachtoffers. De vertegenwoordiger van Assuralia, de beroepsvereniging van de Belgische verzekeringsmaatschappijen, vond het nochtans nodig eraan toe te voegen: ‘Het is goed voor één keer’, alsof hij zich richtte tot kinderen die een stommiteit hadden begaan.
We moeten erkennen dat de winsten in de Belgische verzekeringssector de laatste jaren gedaald zijn. Zo was in 2015 ‘de totale nettowinst in de sector gezakt tot 1,172 miljard euro, tegen 1.324 miljard in 2014’. [1] De vergoedingen voor de slachtoffers zullen op zo’n 322 miljoen euro komen [2], waarvan de verzekeringssector maar een deel voor zijn rekening neemt, namelijk 136 miljoen. [3] We begrijpen dus wel dat de winsten van de sector voor 2016 echt in gevaar zijn en dat er alle reden is om zich niet te engageren voor de toekomst…
Charme-offensief van het leger, boom van de security-sector
Het is nu ook al bijna twee jaar dat er militairen in de straten aanwezig zijn. Hun aanwezigheid heeft de uitvoering van de aanslagen van 22 maart niet verhinderd, maar zij heeft wel ‘het imago van defensie bij het groot publiek verbeterd, als we kolonel Bart Laurent mogen geloven, tijdens een persconferentie, op basis van een onafhankelijke studie.’ [4] Dat is dus een mooi PR-manoeuvre voor enkele tientallen miljoenen euro extra die ten laste zijn van de belastingbetaler. Met andere woorden: wij betalen om te leren wennen aan een oorlogssituatie.
Aan de permanente aanwezigheid van militairen in onze straten moeten we nog de spectaculaire bloei van de privébedrijven voor security toevoegen: ‘G4S Belgium, marktleider van de privébewaking in België, stelde in 2016 1610 medewerkers te werk. Zijn zakencijfer is met 10% gestegen. Een vooruitgang “bijna geheel toe te schrijven aan de dreiging van het terrorisme” ’. [5] Het gaat er inderdaad niet alleen om ons te doen wennen aan het zien van soldaten op elke hoek van de straat, maar ook aan het systematisch fouilleren van onze tassen door werknemers uit de privésector aan de ingang van het koopcentrum, van de bibliotheek, van de concertzaal…

De privatisering van de oorlog en van de ordehandhaving is een wereldwijd fenomeen dat onze regeringen passief overnemen, zonder enige reflectie. De sector van de privébewaking in Frankrijk ‘zou in aantal werknemers dat van de politie en de gendarmerie samen kunnen overstijgen, dat is meer dan 250.000 personen, bijna zoveel als de automobielsector’. [6] En om de cirkel rond te maken moeten we er nog aan toevoegen dat firma’s uit de privésector, in dit geval van detectives, ingeschakeld worden voor de bewaking van… de slachtoffers van de aanslagen! Een zeer alledaagse praktijk, volgens de verzekeraars.

Als IS niet bestond…

De oorlogen in alle richtingen die na de aanslagen van 11 september 2001 ontketend werden, hebben het terrorisme niet kunnen uitroeien. De huidige ontplooiing van de veiligheidsdiensten van de staat en van de privésector zullen evenmin aanslagen bij ons kunnen verhinderen. Het is veeleer omgekeerd. De algemene verspreiding van de oorlog en de repressie als systeem van regering over de hele wereld vormt de hoogste vorm van terrorisme: het terrorisme van de staten, van de wapenfabrikanten, van de verkopers van ultramoderne technieken voor controle en vernietiging, van de speculanten met graan en andere basisproducten, van organisaties die huurlingen voor alle mogelijke doelen aanbieden… Zoals Richard Labévière, Frans journalist en reserveofficier van het leger, zegt: ‘Als IS niet bestond, dan had men het moeten uitvinden.’ [7]
Als de herdenkingen van de aanslagen van 22 maart in Brussel een gelegenheid zouden zijn om eens diep na te denken over de toestand van de wereld en daar de conclusies uit te trekken die zich opdringen, dan zou het gaan om een werkelijk eerbetoon aan de slachtoffers. Hun leed en dat van hun familie en vrienden zou dan werkelijk iets humaans voortbrengen. Maar als je ziet welke kant het uitgaat in al de verklaringen, zowel die van de politici als die van de zogenaamde experten, weet je dat zoiets niet op komst is. We trekken nog altijd ten oorlog, zowel de economisch-financiële oorlog als de oorlog in strikte zin, en die twee vermengen zich steeds meer en steeds dieper, naarmate er meer krokodillentranen worden vergoten.






[6] Richard Labévière, Terrorisme, face cachée de la mondialisaiton, aux éditions Pierre-Guillaume de Roux, Paris, 2016, p. 265

[7] Idem, p. 266

Vertaling: Eric Hulsens

Aucun commentaire:

Enregistrer un commentaire